Hij moest zich vroeger verstoppen op zijn kamer als er visite kwam. Gewoon… naar boven gestuurd. Omdat het beneden niet paste. Hij was anders. Paste niet in het perfecte plaatje. Dus werd hij weggestopt. En zonder dat iemand het echt doorhad, werd dat een patroon. In de familie, in gedrag, in hoe we naar onszelf kijken. Want wat je zo vaak doet, wordt vanzelf iets wat normaal voelt. Iets wat je niet meer bevraagt.
Wat als jouw perfectionisme geen kracht is… maar een verstopplaats? Perfectionisme ontstaat zelden omdat je “gewoon hoge standaarden” hebt. Dat is wat we er graag van maken, omdat het beter klinkt. Maar vaak ontstaat het omdat er iets is wat je niet wilt laten zien. Iets wat te kwetsbaar voelt, te ongemakkelijk, te anders. Dat kan van alles zijn. Je onzekerheid. Je gevoel van anders zijn. Het idee dat je niet voldoet.
Dus ga je compenseren. Bijsturen. Verbergen wat eronder zit. Nog beter je best doen. Nog harder werken. Nog meer geven dan nodig is. Net zo lang tot niemand het meer ziet. Misschien jijzelf ook niet meer.
In het onderwijs zie ik dit elke dag. Docenten en leerkrachten die altijd een stap extra zetten, nog iets toevoegen, nog iets verbeteren. Niet omdat het moet… maar omdat het voelt alsof het moet. Alsof er iets op het spel staat. En ondertussen, zonder dat je het echt doorhebt, ligt de lat steeds hoger. Door alles wat je online ziet. Door alles wat “beter” lijkt. Door alles wat suggereert dat het nóg anders kan.
En ergens onderweg raak je het kwijt. Dat punt waarop het gewoon goed was.
Ik gun het je zo dat je ziet… perfectionisme is geen kwaliteit. Het is geen kracht waar je op kunt leunen. Het is een wolf in schaapskleren. Iets wat er mooi uitziet aan de buitenkant, maar je langzaam verder bij jezelf vandaan trekt. En hoe langer je het vasthoudt… hoe verder je bij jezelf vandaan raakt.
